2017-05-09_Bezoek OPZ

Enkele foto's van de rondleiding in het OPZ (Openbaar Psychatrisch Zorgcentrum) te Geel.  Een heel geslaagde uitstap.  Iedereen heeft ervan genoten.

KVLV: UITSTAP  FIETSTERS  9  MEI  2017

Zoals ieder jaar maken we met de fietsters en geïnteresseerden een uitstapje.  Dit jaar werden we verwacht in het OPZ, het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum, in Geel.

Bij de meesten is dit gekend als opvang voor geesteszieken en doorschuifluik naar een gastgezin.  In de loop der jaren is er echter heel wat veranderd.

Tegen de middag waren we aangekomen en mochten we “onze bokes” verorberen in de cafetaria ’t Vooruitzicht.  Dit is trouwens opengesteld voor iedereen die tijdens een wandeling, fietstocht iets wil nuttigen.  Het was een zonnige dag en een aantal genoten op het terras van hun meegebrachte lunch.

Langs de Dr. Sanodreef is er links een geheel nieuw gebouw opgetrokken, de Sanokliniek, waar geesteszieken verblijven en waar er ook een gesloten afdeling is die samenwerkt met deze van Mol.  Straat en centrum werden genoemd naar Dr. Sano die directeur was en het centrum in de jaren 80 opgericht heeft.  Vooraleer Dr. Sano naar Geel kwam, werkte hij in hospitalen voor daklozen en psychiatrische patiënten.

Onze gids leidde ons rond in het oorspronkelijk deel dat aan de rechterzijde van de plantanendreef ligt.

De gezinsverpleging is ontstaan door het verhaal van de Heilige Dympna.  Zij werd aangeroepen voor allerlei ziekten, in bijzonder voor krankzinnigheid.  Omdat er heel wat pelgrims naar Geel kwamen, moest er voor deze mensen opvang voorzien worden.  Later kwamen er ook geesteszieken mee die niet meer terug naar huis gingen.  Aanvankelijk werden de geesteszieken opgevangen met de bedoeling ze te plaatsen op de boerderijen, waar ze in een gezin werden opgevangen en waar ze konden meehelpen.  Mensen terug in de natuur plaatsen, met de natuur in contact brengen was een goed systeem.  Een aantal van hen hielpen bij de verzorging van de dieren op het erf, of bij het groenten telen in de serre.

In de gemeente waren ook enkele badhuizen waar de patiënten naar toe werden gebracht.  Hier kregen ze uiteraard een bad, maar werden er ook gemeten en gewogen.  Een vorm van gezondheidszorg dus.  Het wekelijkse bad was ook een vorm van controle: nazicht op wonden of sporen van geweld.  Er was ook een kledingmagazijn en een sectiewachter.  Deze laatste ging langs bij de gezinnen om te noteren wat de patiënt nodig had aan kledij en/of er problemen waren.  Een uniform was er niet echt voor de patiënten, maar de kledinglijn was beperkt: een fluwelen broek met een bijpassende zip, twee verschillende kleuren … waardoor ze toch herkend werden.

Vroeger was men niet zo vertrouwd met geestesziekten en de methoden om mensen uit deze situatie te redden of te halen waren nogal bizar.  Zo dacht men “als we ze eens goed doen verschieten, gaat hij beteren”.  Men ging met hem op een bruggetje staan boven een vijver en plots stortte het bruggetje in.  De patiënt viel in het koude water.  Of nog: op een bank plaats nemen onder een boom waarin een grote emmer met koud water hing.  Plots werd deze leeg gekapt om de patiënt te laten schrikken.  Het idee om de “agressieve kwab” weg te snijden via een ijzeren priem.  Met insuline in een kunstmatige coma brengen om dan er weer uit te halen.  Was hij beter of niet?  Elektrische shocks, …  Methoden die later niet zo doeltreffend bleken te zijn.  Het is dan ook een complexe materie.  Wat nog wel toepast wordt, zijn elektroshocks, maar dan gerichter en in minder hogere dosissen.  In het museum liggen nog enkele instrumenten die gebruikt werden om de patiënten beter te maken.  In een verslag kan je nalezen wat er zoal besproken werd: … wijn was goed om te genezen … daar was men van overtuigd.  Maar welke wijn: wit of rood.  Uiteindelijk ontstond er een hele discussie …  Besluit: de rode wijn (en de duurdere) was de beste.

Als je aan de mensen van Geel vraagt of ze bepaalde personen van het centrum nog herinneren, komen er steeds twee personen naar voor: Jefke (’t zotteke) van Geel en de Rus.  Jefke was gekend om het wensen van een gelukkig nieuwjaar en later nen zalige Pasen in ruil voor een cent.  De Rus kon geweldig goed rekenen.  Men noemde twee grote getallen en vroeg dan deze te vermenigvuldigen ... en dat was just!  Hij vroeg dan weleens: wanneer zijt gij geboren?  Men antwoordde dan: b.v. 11 juli 1931.  Hij zei dan welke dag het was en hoe het weer toen was.  En dat was just, helemaal just.

Toen de industrie zijn opmars kende, verdwenen er verschillende boerderijen en werd de opvang minder.  De opvang van geesteszieken werd overgenomen door de gemeente.  Zij zouden een stuk grond ter beschikking stellen om dit project te realiseren.  Het had echter heel wat voeten in de aarde voor het zover was.  Er waren nog andere belangen in het spel.  Het heeft ongeveer 10 jaar geduurd.  Uiteindelijk gaf de gemeente een stuk grond: de mosselgoren, een vergeten uithoek tegen Olen.  Daarna werd het overgebracht naar de Pas en nu is het in de Sanodreef.

Een eerste gebouw aan het begin van de Dr. Sanodreef was het vroegere ‘scholeke’.  Eigenlijk was dit zijn tijd ver vooruit.  Er werden nl. kinderen opgevangen met leermoeilijkheden en weeskinderen om hen toch wat kennis bij te brengen i.v.m. lezen, schrijven en rekenen.  Nu spreken we van kinderen met ADHD, autisme, enz.  De bedoeling was om hen op die manier sterker te maken zodat ze wat mee konden in de maatschappij.  Nu doet het dienst als kunsthuis, waar patiënten creatief bezig zijn.

De gebouwen gelegen tegen de Pas zijn allen in dezelfde stijl opgetrokken en in spiegelbeeld t.o.v. elkaar: een vrouwenzijde en een mannenzijde.  De stijl mocht niet agressief zijn: geen te hoog gebouw, ronde ramen, geen tralies, maar rozetten die dezelfde functie hadden.  De ramen waren hoog en met een speciale sleutel te openen, onderaan achter het rozet was er een raam dat de patiënten konden openen, maar daar konden ze niet door.

Ondertussen waren we aangekomen bij de woning van Jan Hoet, de kunstpaus.  Zijn vader was hier arts en Jan heeft hier gewoond tot zijn negen jaar.  Dan is het gezin Hoet naar Gent verhuisd.  Toch bleef Jan Geel in zijn hart dragen, hij kwam er regelmatig en bouwde er een eerste tentoonstelling op.  Het gebouw was nog witgeschilderd, maar na restauratie zal het zijn oorspronkelijk ‘look’ terugkrijgen.  Dit verloopt naar gelang er budget is.

Vooraan aan de straatkant bevindt zich een kapel.  Deze dateert van 1926.  Omdat de eerste directeur en artsen liberalen en socialisten waren, is de kapel later gezet dan de andere gebouwen.  “Moet er hier een pastoor zijn?  Neen, volgens hen.  Ze kunnen toch naar de parochies!?”  Later is deze er dus toch gekomen.  Daarna is er voor de protestanten een dominee gekomen en is er een rabbijn geweest voor de joden.

Tijdens de oorlog waren er in de instelling ook joden ondergebracht om hen te beschermen tegen de vervolging.  Op een gegeven moment moesten heel wat joden zich naar de kapel begeven.  Wat zij niet wisten, was dat ze op de trein zouden gezet worden richting Mechelen, Kazerne Dossin.  Door een schietincident in het Antwerpse is dit niet doorgegaan en werden deze mensen gered.

In de kapel kan men elke zondag om 9.30 u terecht voor een misviering.  Het is een gemoedelijke gebeuren.  Begrafenissen hebben er ook plaats.

Verder wist de gids ons nog te vertellen dat het Huis van dokter Aussems (huidarts) nu een dagopvang is waar ook consultaties plaatsvinden.

In het ontmoetingscentrum Pas-Sage vonden we enkele opmerkelijke gezegden:

“Ik vergelijk een zware depressie met een put waarin je op de bodem zit.  Mensen kunnen je aanmoedigen, hun hand uitsteken of een touwladder toewerpen … Maar eruit klimmen moet je zelf doen.”

“Denk soms aan toen.  ’t Is te doen, te veel geweest wat was en nu is het goed, beter, best, bester, bijster goed te doen.”

Door het feit dat beide mensen uit opvanggezinnen uit werken gaan, is er nu ook een andere vorm van opvang: tijdens de dag volgen de gasten een therapie in het centrum en ’s avonds keren ze terug naar hun opvanggezin.  Tevens is er ook het begeleid zelfstandig wonen.

Het OPZ stelt een 400-tal mensen voltijds tewerk, aangevuld met vrijwilligers.

Onze gids vond ons een aangename groep en was verrast door het aantal leden dat geïnteresseerd was in deze rondleiding, eveneens door het aantal leden dat onze afdeling telt.

“Goed bezig, dames!”

M.O.